Autonomie: voor de ene camperaar een droom, voor de andere ‘nooit van mijn leven’. Wat ook je overweging is, (meer) autonomie is altijd handig en kan onder omstandigheden goed van pas komen ook al sta je altijd ‘aan de paal’. Er zal maar eens een stroomstoring zijn…
Wij gaan in een serie artikelen in op onze eigen autonomie: stroom, water, toilet, LPG en internet. We noemen naam en rugnummer, zodat jullie je een mening kunnen vormen over hoe wij het aangepakt hebben.
Dit artikel bevat affiliatie links. Als Amazon-partner verdienen wij aan aankopen die jullie via onze links bij Amazon doen. Wij zijn geen ‘influencers’ en we bevelen deze producten niet zo maar aan. We geven alleen links naar producten die we zelf gebruikten en geven – waar nodig – over deze producten onze eerlijke mening.
Autonoom, wat is dat?
Autonoom staan betekent dat je met de camper langere tijd zonder elektriciteit en/of andere benodigdheden op dezelfde plek kunt blijven staan. Dat kan dus betekenen vrij staan, maar ook staan op een reguliere camperplaats zonder faciliteiten.
Welke faciliteiten binden je dan aan een plek?
Dat verschilt natuurlijk per type camper en met je behoeften, maar grosso modo kun je denken aan stroom, water, toilet, douche en in mindere mate gas en internet. In deze serie artikelen lopen we een aantal van die zaken eens langs en kijken aan de hand van onze eigen beslissingen hoe je (meer) autonoom kunt worden en wat je daarvoor dan moet doen.
Elektriciteit
Hoe kom je aan stroom?
Elektriciteit krijg je in de camper van oudsher op twee manieren: 230V wisselstroom die je van het net betrekt ofwel 12 Volt gelijkstroom van je huishoudaccu. Die laatste wordt vaak opgeladen door het omzetten van netstroom naar laadstroom of door het rijden met de camper, waarbij je dynamo de stroom levert. Maar wat als je niet regelmatig flinke stukken rijdt of sterker: een tijd stilstaat en er geen stroompaal in de buurt is?
Dan kan je je accu’s opladen door zonnepanelen op je dak te leggen, of je neemt opvouwbare zonnepanelen mee. Die huishoudaccu is in de loop der jaren steeds zwaarder uitgevoerd, waardoor je langer je 12 Volt apparaten zoals lampen, TV, radio etc. kan gebruiken. Door energiezuinige apparaten te gebruiken (bv LED lampen in plaats van halogeen) kan je nog langer doen met de hoeveelheid stroom in je accu(s). Meer zonnepanelen helpt natuurlijk ook. Zeker als je aan het overwinteren bent en de zon lager staat en korter schijnt.
Als je loodaccu’s hebt, kunnen die maar een beperkte hoeveelheid stroom leveren. Als je te veel stroom afneemt kunnen je accu’s kapot gaan. Met de komst van Lithium (LiFePO4) accu’s kun je meer (langer) stroom uit je accu halen zonder die stuk te maken en ze zijn veel lichter dan loodaccu’s. Dat scheelt al weer. Maar Lithium accu’s worden op een andere manier geladen dan loodaccu’s. Dat betekent automatisch (dure) aanpassingen aan je bestaande 12 Volt stroomkabels, extra apparaten zoals laadboosters, laadregelaars, etc. En dat terwijl Lithium accu’s ook niet goedkoop zijn (hoewel ze wel nog steeds in prijs dalen).
- Een laadbooster reguleert en verhoogt de spanning van je dynamo om je accu’s efficiënt en veilig op te laden.
- Een laadregelaar beheert en te reguleert de stroom en spanning die naar je accu wordt gestuurd, zodat deze wordt opgeladen zonder overbelasting of schade door te hoge spanning.
Koffie
LiFePO4 accu’s zijn ook populair bij camperaars die graag koffie drinken. Hoezo? Die maak je toch met de fluitketel en een koffiefilter? Nee André, in de 21e eeuw drinkt de camperaar Nespresso, Senseo of andere drab. Dure koffie, niet lekker, maar makkelijk te maken. Uiteraard worden ook andere apparaten op 230 volt gebruikt en die maak je als je autonoom staat door de 12 Volt gelijkstroom uit je accu met een inverter om te vormen naar 230 Volt wisselstroom. Wederom: duur, maar… het kan.
Het alternatief: een PPS
PPS betekent Portable Power Station. Het is een draagbare accu waar al een omvormer in zit. Je kan hier kant-en-klaar 230 Volt gebruiken uit een van zijn ingebouwde stopcontacten. Wij hebben al sinds twee jaar een Aferiy Portable Power Station mee in onze camper NO-MAD. Deze Aferiy P-210 geeft ons 2400 W aan 230 Volt beschikbaar, zonder aan de stroompaal te hoeven staan. Maar André, is dat dan ook niet duur? Jawel, maar bekijk even dit financiële plaatje: We besparen € 7000,- door geen Lithiumaccu, zwaardere bekabeling, laadbooster, laadregelaar en (als je die 230 V uit je bestaande stopcontacten wil hebben) een scheidingsrelais te laten installeren. Láten installeren? Een beetje camperaar doet dat toch zèlf? Misschien wel, maar wij hebben geen zin in brand aan boord… Het gaat immers om hele hoge Ampèrages!
In plaats daarvan offeren we liever een beetje ruimte op waar de PPS komt te staan en leggen we zelf een paar verlengsnoeren naar nieuwe stopcontacten die alleen verbonden zijn met de PPS. We betaalden destijds €1400,- voor onze Aferiy P-210 mèt opvouwbaar zonnepaneel van 400 Watt. Nog even ten overvloede: de PPS kan je ook met 230 volt en met 12 (sigarettenaansteker) laden. Laden met 12 Volt duurt allen heel erg lang, maar dat is logisch.
Ervaringen na 2 jaar roadtesten
De P-210 heeft ons in de afgelopen 2 jaar goed en storingsvrij bediend. De Aferiy 400 Watt zonnepanelen daarentegen zijn een ander verhaal. Als snel sleet de (linnen) bekleding aan de onderzijde door het schuren van de bodem op tegels en grind. Onze melding hiervan en suggestie voor verbetering werd met een vriendelijk bedankje in ontvangst genomen. Nu, twee jaar later, verkopen ze deze nog steeds in ongewijzigde vorm.
Inmiddels hangen de panelen door het vele in- en uitladen aan elkaar met flarden van de originele bekleding alsmede tear-aid en ducttape. Je kan als camperaar niet genoeg ducttape bij je hebben! De Aferiy panelen zijn sowieso niet volledig waterbestendig. Een klein licht buitje kunnen ze wel hebben, maar bij een hoosbui moeten ze toch echt direct naar binnen. De (interne) bedrading ligt momenteel open en bloot en we gebruiken deze panelen dus alleen nog maar op gegarandeerd droge dagen. Anders is het gewoon te gevaarlijk.
Bonus: ook thuis
Maar goed, de P-210 zelf is prima. Naast 3 stopcontacten voor 230V zitten er ook nog diverse USB- en 12 volt contacten op. Deze is zijn geld dubbel en dwars waard! Voor ons zelf is het verdienmodel zelfs nog veel groter. Wij verblijven – als we niet rond aan het trekken zijn in Zuid-Europa – in een recreatiewoning van zo’n 40 m2. Ook hier wordt de PPS gewoon ingezet en voorziet in bijna onze gehele stroombehoefte. Zo bespaarden we in het eerste jaar zo’n € 500,- op de stroomrekening! Do the math! Dit zou betekenen dat we de aanschaf er al in 3 jaar volledig uit hebben, de besparing op reis niet eens meegerekend!
Het kan nog beter
De besparing in ons zomerhuis kan nog beter geregeld worden omdat we – vanwege de beperkte capaciteit – niet alle apparaten konden aansluiten. Bovendien zullen we in de toekomst vaker ’s winters hier aanwezig zijn. Meer stroomcapaciteit is daarom gewenst en inmiddels hebben we een zwaardere Aferiy P-280 aangeschaft (ook wel de ‘Haven2800’ genoemd). Maar André, die is met 2800 W toch maar 400 watt zwaarder dan de 210? Ja, dat klopt en we hebben aan boord van NO-MAD dan ook niet meer stroom nodig. Maar de P-280 hebben we gekocht met een extra accu van nog eens 2800 W en zo kan die in ons recreatiehuisje dienen als thuisbatterij waarmee we tot 100% op onze netstroom kunnen besparen. En als we toch meer stroom willen? Dan kunnen er in totaal zelfs 4 van die extra accu’s aangekoppeld worden! Ik wil bijna ‘Danoontje’ gaan roepen! Powerrrr!
Welke zonnepanelen?
Dus die Aferiy panelen zijn ruk, maar welke panelen moet je dan? Nou, wij hebben nu een Ecoflow 400 Watt tweezijdig paneel aangeschaft. Deze is geheel met kunststof bedekt en dus kras- en watervast. Ook de efficiëntie blijkt veel hoger te liggen dan de ‘400 Watt’ Aferiy panelen (die we nooit hoger dan 300 Watt hebben gekregen, ook niet hoogzomer). De Ecoflow produceerde deze zomer zelfs regelmatig méér dan 400 Watt!
Hoe sluit je een opvouwbaar zonnepaneel aan?
Onze vaste zonnepanelen zijn via een laadregelaar gekoppeld aan de huishoudaccu. Kunnen die niet ook aan de PPS gekoppeld worden? Nee, want onze PPS heeft zelf een laadregelaar aan boord en dat botst met de laadregelaar van de zonepanelen. Maar hoe sluit je dan de opvouwbare zonnepanelen aan op die PPS? Je kan natuurlijk de PPS naar buiten slepen en de panelen direct hierop aansluiten. Of je gebruikt verlengkabels vanaf de panelen naar binnen toe. In eerste instantie deden we die door de deur of door een openstaand raam naar binnen. Best een heel gedoe en de vliegen en muggen kunnen daardoor ook naar binnen. Wat dan? We zagen onderweg iemand die gewoon een gat in zijn vloer had gemaakt en daar de kabels doorheen leidde, maar da’s ook geen lekkere oplossing vinden we.
Aansluiten
Dus hebben wij het opgelost door twee stopcontacten op de wielkasten van de voorwielen te monteren. Die zijn in de camper via een (binnen-)verlengkabel verbonden met de PPS. We hoeven alleen maar de verlengkabel van de panelen aan de buitenkant in het stopcontact te pluggen. Wij kozen als stopcontact voor SAE Wandmontage contrastekkers. Die zijn er in een langwerpige vorm of een ronde vorm. Wij kozen voor de ronde, omdat we denken dat die een betere trekontlasting bieden dan de langwerpige (die gaan misschien sneller heen en weer wiebelen). Bovendien zit de ronde met 4 schroeven vast en de langwerpige maar met 2. De stopcontacten zijn met een dopje waterdicht afgesloten.
Laadregelaar
Je kunt ook voor driepolige aanhangerstekkers en stopcontacten kiezen (je hebt daarvan maar 2 polen nodig), maar die zijn wat groter en die kan je beter aan het schort monteren dan in de wielkast. Met de P-210 gebruikten we één zonnepaneel en de 2 contactdozen werden dus niet tegelijkertijd gebruikt. Mochten we ooit 2 zonnepanelen willen meenemen, dan kunnen we nu beide wandcontactdozen tegelijk gebruiken. De P-280 heeft namelijk twee MMPT inputs van elk max. 600 Watt. Dat is dus 1200 Watt! Je hebt als gezegd zonnepanelen zònder laadregelaar nodig! Let bij het kiezen van het type paneel ook op het voltage. Bij ons is dat tussen 11,5 en 55 Volt en onze Ecoflow werkt wat dat betreft perfect met de Aferiy samen.
Verloopkabel
Je zult je (eventuele verleng-) kabels van het zonnepaneel moeten aanpassen omdat de standaard MC-4 aansluiting niet op het SAE (of de driepolige) stopcontact past. In plaats van de MC-4 stekkers er af te halen en te vervangen door de desbetreffende stekker, kan je werken met een verloopkabel.
Ook het Ecoflow paneel hebben met een verloopkabel op een buiten-verlengkabel moeten aansluiten want Ecoflow gebruikt XT-60 stekkers.
En om het plaatje compleet te maken: ook voor de aansluiting op het PPS heb je weer een verloopkabel nodig, want Aferiy gebruikt XT-90 stekkers. Lekker makkelijk, hè? Gelukkig is die laatste bij de Aferiy inbegrepen. Het is dus zeker handig (nee, eigenlijk een must) om een kistje met diverse stekkers, stukjes kabel, isolatiespul, een goede krimptang, etc. mee op reis te nemen voor als je wat moet vervangen. Let overigens bij iedere verbinding die je maakt op de polariteit! Informeer je tevoren goed!
Kies de juiste AWG waarde
Kies voor je kabels en aansluitingen de juiste soort. In dit artikel vind je welke AWG sterkte (kabeldikte) je moet hebben. Die hangt af van de hoeveelheid Ampère en de te overbruggen lengte. Te dunne kabels kunnen leiden tot een serieuze brand. De kabels smelten en *flits*… kortsluiting. Wij hebben gekozen voor 10 AWG, 5 meter voor de (binnen)verlengkabel van stopcontact naar PPS. Onze buitenverlengkabel is een standaard van MC-4 voorziene kabelset van 10 meter.
Lekker Fröbelen
Een verloopkabel MC-4 naar SAE maakten we zelf van een losse 30 cm SAE kabel en we hebben daar zelf MC-4 stekkers aangezet. Let goed op welke metalen hulzen in welke MC-4 stekkers moeten. Dat is een beetje tegen je gevoel in. De dikke buis gaat in de mannetjesstekker en de dunne buis in het vrouwtje. Kijk goed naar de stekkers van de verlengkabel Zit aan de rode draad van de verlengkabel een vrouwtje, dan moet aan de rode draad van de verloopkabel uiteraard een mannetje. Echt, je moet hier je koppie goed bij houden. Ben je daar niet goed in, koop dan meer stekkers, want de metalen hulzen goed aan de kabels vastmaken is wel een dingetje. Zorg ook dat je de juiste benodigdheden en gereedschap hebt.
Wat heb je nodig?
Ader-eindhuls tang
De metalen hulzen (b.v. die van de MC-4 stekkers) moet je aan de draad vastklemmen. Wij hadden eerst alleen een simpele krimptang, maar die voldeed niet omdat die de hulzen plat knijpt, waardoor deze niet meer in de kunststof behuizing passen. Je hebt dus eigenlijk een ader-eindhuls tang nodig voor minimaal 6mm2 (liefst 10mm2), die vierkant of zeskantig klemt. Deze tang schuif je om de metalen huls en deze drukt die aan 4 of 6 kanten dicht, zodat de hulzen gelijkmatig samengeknepen worden waardoor ze wel passen. De kabel wordt ten slotte waterdicht gemaakt door de moer die je met de bijgeleverde sleutels op de stekker vast draait. Schuif die moer dus eerst over de kabel heen voordat je de stekker monteert! Als je draad te dun is voor deze eindmoer, kan je hem wat dikker maken met wat isolatietape. Verdient geen schoonheidsprijs, maar het werkt wel. Beter dan dat er water in je stekker kan komen. Deze verlengkabel prik je vervolgens in het SAE stopcontact.
Verloopkabels
Een set zwarte en rode kabel 10 AWG, 5 meter om van de wandcontactdoos (eventueel dozen) naar je PPS te leiden. De draden verbind je aan de SAE wandcontactdoos. Afhankelijk van de ruimte die je hebt achter de wielkast of het schort kan je kiezen voor krimpcontacten, WAGO klemmen, kroonstenen, solderen en dergelijke. MC-4 pluggen zijn wat te lang hiervoor. De kabel hebben wij in een flexibele buis (ter bescherming van opspattende stenen en zo) naar het punt geleid waar de kabels van buiten naar binnen gaan. Bij ons was dat bij de instap van de bestuurder. Van daar gaar de kabel binnen verder onder de L-zit naar de PPS. De ribbelbuis maakten we aan de voorzijde van de camper aan het chassis vast met tie wraps. Kan ook met beugels, maar dan moet je in het chassis boren dan dat gaat lastig op je rug onder de camper liggend. We controleren wel regelmatig of die kabelbinders nog vast zitten. Monteer je de stopcontacten verder naar achteren, dan heb je minder ‘infrastructuur’ on de kabelbuis aan vast te zetten. Je moet dan misschien met lijm of kit gaan werken.
Dan heb je nog een MC-4 naar XT-90 verloop nodig (die zit standaard bij een Aferiu PPS).
Omdat de Aferiy P-280 maar liefst 2 input MMPTs heeft, kan je het boven beschrevene dus dubbel uitvoeren en de PPS twee maal zo snel laden. De extra verloopstekker vind je hier.
Wat nog meer
Verder heb je nodig diverse verbindingsstukken (kabelschoentjes, kabel o-ringen, kroonstenen, WAGO klemmen, krimpverbindingen, krimpkous, isolatietape (zwart en rood) etc. Ook allemaal bij Amazon te krijgen. Te veel om te linken. Kies bij voorkeur de kleuren rood en zwart, passend bij de bekabeling. Het kan maar duidelijk zijn. Anders kan je de verbinding kleur geven met behulp van de isolatietape in die kleuren.
Zorg ervoor dat je alle verbindingen goed waterdicht maakt met isolatietape en/of kit. Maak ook de flexibele buis onder je carrosserie dicht met kit.
Autonomie in Leiden
We hebben een zelfde soort opstelling in ons recreatiehuis gemaakt. Als we terug zijn gaat de Aferiy naar binnen en kan de Ecoflow op een van de twee contactdozen aangesloten worden. Aan de andere contactdoos kan – als het droog is – het Afery paneel (zolang deze het nog uithoudt). Wij zijn zo bijna jaarrond stroom-autnoom :).
Een laatste waarschuwing
Of je nou een inverter zet op je huishoudaccu of toch kiest voor een PPS, kijk in ieder geval of het apparaat een zuivere sinus geeft. Wat is dat, André? Nou ik bespaar je de technobabbel, maar als het apparaat geen zuivere sinus levert, dan heb je kans dat gevoelige apparatuur, zoals laptops, tablets, telefoons en powerbanks daar niet lekker op gaan. Zuivere sinus betekent het behoud van je dure apparatuur.
Veel plezier alvast als je met dit alles aan de slag gaat! Laat ons weten of je er wat aan hebt gehad.
Welke autonomie afleveringen volgen er?
Samen met de Water (aflevering 2), Toilet (3), de LGP (4) en Scheidingstoilet (5) zijn wij inmiddels behoorlijk autonoom. Doordat we onze Citroën C1 op de trailer meezeulen, wordt dat gevoel nog eens versterkt. Water hoeven we niet meer direct uit de kraan te tappen, maar we kunnen met de auto eventueel een aantal jerrycans elders halen. Die auto gebruiken we toch al frequent om in de omtrek van waar we staan de boel te verkennen.











